Klachten en symptomen

 

De belangrijkste klacht bij otosclerose is de geleidelijke vermindering van het gehoor. In het merendeel van de gevallen is er sprake van een geleidingsslechthorendheid. Doordat er meer bot wordt aangemaakt dan afgebroken komen de gehoorbeentjes in het middenoor vast te zitten en bereikt het geluid verzwakt het binnenoor. Het gaat hier om een verzakking van 30 a 40 dB voor het hele frequentiegebied. Het gevolg is dat men moeite heeft met het horen en/of verstaan van zachte spraak en fluisterspraak, van spraak van grotere afstand en vaak ook van spraak in rumoerige omgevingen. Wanneer de otosclerose langer gaat duren worden soms ook de zintuigcellen in het binnenoor aangetast. Dan gaat zich een binnenoorslechthorendheid (perceptief gehoorverlies) ontwikkelen voor de hogere frequenties. Daarmee gaat gepaard dat men niet alles meer goed verstaat, ook al kan men de spraak goed horen (discriminatieverlies). Wanneer in een gesprek de context ontbreekt kan dat tot verwarring en onzekerheid leiden. Vaak echter is het verstaan van spraak in een rumoerige omgeving een nog groter probleem. 

Een bekend bijverschijnsel van otosclerose is oorsuizen, ook 'tinnitus' genoemd. Men hoort dan geluiden die niet door een geluidstrilling van buiten het oor worden veroorzaakt, maar in het gehoor (de hersenen) zelf ontstaan. Voor andere mensen zijn die niet waarneembaar. Het gaat om een hele reeks van geluiden zoals geruis, min of meer doordringend gepiep, gerinkel en gebonk. In veel gevallen hoort men de geluiden doorlopend. Vaak worden ze in het hoofd gelokaliseerd en niet in de oren afzonderlijk. Het betreft een fysiologisch fenomeen. Voor veel mensen (1-2% van de bevolking) is het horen van deze geluiden een probleem. Men blijft er mee rondlopen. Er is geen sprake van inbeelding. Tinnitus is overigens niet specifiek gekoppeld aan otosclerose, maar aan slechthorendheid in het algemeen.