Diagnostische tests


  • Otoscopie
  • Standaard audiometrie
  • CT-scan (ter bevestiging)

 

Otoscopie

Otoscopie is het bekijken van de uitwendige gehoorgang en het trommelvlies m.b.v. een oorspiegel. Otoscopie door de KNO-arts geeft meestal geen afwijkingen te zien, in ieder geval niet in de beginperiode. Soms is er een roze verkleuring van het middenoorslijmvlies achter het trommelvlies te zien (Schwartzesymptoom). 

 

Standaard audiometrie

Standaard audiometrische tests zijn toonaudiometrie, spraakaudiometrie en tympanometrie. Een geluid kan zo zwak gemaakt worden dat het onhoorbaar is. De geluidsterkte die de grens vormt tussen het horen en het niet meer horen van dat geluid heet de ‘gehoordrempel’ (van dat geluid). Slechthorenden hebben een verhoogde gehoordrempel. Zij kunnen de meeste geluiden pas horen wanneer deze hard zijn, of versterkt worden aangeboden. De ongevoeligheid voor geluid is in veel gevallen niet voor alle frequenties hetzelfde. Tijdens een gehoortest wordt de gehoordrempel bepaald voor een reeks tonen met frequenties van 125 Hz tot 8000 Hz. Het apparaat wat daarbij gebruikt wordt is een ‘audiometer’. De uitkomsten worden genoteerd in een ‘audiogram’ (linker figuur in de afbeelding, hier voor het rechter oor).

Op de horizontale schaal staan de frequenties van de tonen vermeld en op de verticale schaal het gehoorverlies, in decibel. De figuur is zo geconstrueerd dat wanneer iemand een volledig normaal gehoor heeft, alle meetuitkomsten op de - verdikte - nullijn liggen. Wanneer iemand een verhoogde gehoordrempel heeft komen de meetpunten lager te liggen. Er is dan sprake van een gehoorverlies voor een aantal frequenties. 

De gehoordrempel wordt meestal op twee manieren gemeten. Begonnen wordt altijd met een meting met de hoofdtelefoon op de oren. Dit levert de luchtgeleidingsdrempel. Dit is tevens het totale gehoorverlies, weergegeven door de rondjes in de figuur. 

Vervolgens wordt een trilblokje op een van de oren geplaatst en wordt de drempel opnieuw gemeten. Het trilblokje zorgt ervoor dat het geluid direct naar het binnenoor gaat en het middenoor passeert. De curve met de haakjes is dus een weergave van het gehoorverlies in het binnenoor (het perceptieve gehoorverlies). Het gebied tussen de twee curven geeft aan hoe groot de bijdrage van het middenoor aan het gehoorverlies is (ook wel de geleidingscomponent genoemd). De audiogrammen in de afbeelding hebben een voor otosclerose karakteristieke vorm. Samengevat: een (totaal) gehoorverlies dat kan oplopen tot 60 dB, in belangrijke mate conductief van aard en een dipje bij 2000 Hz. 

Een toonaudiogram geeft alleen aan wat men wel en niet hoort en hoeveel versterking nodig is om zachtere geluiden te horen. Het is echter van groot belang te weten wat men met het al dan niet versterkte geluid kan horen. Dit geldt vooral voor het verstaan van spraak en het herkennen van omgevingsgeluiden. Wanneer men spraak hoort betekent dat nog niet dat die spraak verstaan wordt. Het meten van het spraakverstaan is een afzonderlijk onderdeel van een audiometrisch onderzoek. Het resultaat is een ‘spraakaudiogram’. Wanneer bij de otosclerose alleen een geleidingsverlies wordt gevonden zal het spraakverstaan bij voldoende versterking altijd de 100% bereiken. Dit is niet het geval wanneer er – bij otosclerose in een vergevorderd stadium – ook een perceptief gehoorverlies aanwezig is. 

Tympanometrie wordt gebruikt om de beweeglijkheid van het middenoorsysteem te meten. Het resultaat is een driehoekige curve als in het rechter gedeelte van de afbeelding. In het geval van otosclerose is het middenoorsysteem systeem veel stijver dan normaal. De stijfheid wordt aangegeven door de hoogte van de punt van de driehoek. 

 

CT-scan

In geval van ernstige otosclerose is de aandoening op een CT-scan zichtbaar. Omdat dit niet altijd het geval is wordt een CT-scan niet standaard uitgevoerd. Volledige zekerheid over het al of niet aanwezig zijn van otosclerose is alleen mogelijk door daadwerkelijk te voelen of de stijgbeugel vastgegroeid is. Dit houdt dan ook in dat de KNO-arts een zogenaamde middenoorinspectie uit zal moeten voeren. Dit gebeurt pas wanneer eerst andere therapeutische mogelijkheden besproken zijn.